De prijs van leesbaarheid

Wetenschap draait om publiceren. Toch ervaart menig onderzoeker schrijven eerder als last dan lust. Zou je als wetenschapper niet liever meer tijd hebben voor het creatieve proces, en veel van het schrijfwerk uit handen geven? De mogelijkheden zijn er, maar het is nog altijd een taboe dat schrijfstijl ertoe zou doen in de wetenschap.

“Wetenschappers zijn van nature sceptisch. Iemand ervan overtuigen dat zijn schrijfstijl belabberd is en hij wel wat hulp kan gebruiken, is niet makkelijk”, vertelt Sean Kim, science editor bij het Amerikaanse Blue Pencil Science, een bureau dat zich voornamelijk bezighoudt met het reviseren van wetenschappelijke artikelen. “Toen we vorig jaar ons bedrijf startten, had ik nog grote idealen. Een revolutie ontketenen in de wetenschap door helderheid en bondigheid van wetenschappelijke artikelen tot onze doelen te verheffen. Daar bleek de markt helaas nog niet klaar voor.”

In de praktijk beperkt het werk van Kims bureau, waarvan de medewerkers allemaal een medisch wetenschappelijke opleiding achter de rug hebben, zich daarom voornamelijk tot het verbeteren van de Engelse taal van aangeleverde teksten. Het aantal klanten groeit wel gestaag, al merkt Kim nog altijd dat veel wetenschappers terughoudend zijn. Dat schrijfstijl ertoe zou doen in de wetenschap geldt nog altijd als een taboe. Het draait immers om de inhoud. “Een academisch artikel moet vooral wetenschappelijk correct zijn”, stelt René Medema, hoogleraar medische oncologie in het UMC Utrecht.

 

DENKFOUTEN

Liesbeth Jongkind denkt daar genuanceerder over. Zij is van huis uit wetenschapsjournalist, maar werkt sinds kort ook als wetenschappelijk schrijfcoach. Ze begeleidt individuele wetenschappers bij het opzetten en schrijven van artikelen, en gaat daarbij duidelijk verder dan de huidige schrijfcursussen voor promovendi, die vrijwel alleen gericht zijn op correct gebruik van de Engelse taal.

Vragen die bij Jongkinds coaching centraal staan zijn ‘Wat is mijn boodschap?’ ‘Wat zijn mijn argumenten?’ ‘Heb ik hier genoeg gegevens voor?’ ‘Hoe schrijf ik dit overtuigend op?’ ‘Welke fouten maak ik daarbij?’ ‘Wanneer is mijn tekst af?’

“Schrijven is een ambacht dat je kunt leren”, meent Jongkind. “Veel onderzoekers associëren het schrijven van artikelen met bloed, zweet en tranen. Ze stellen het zo lang mogelijk uit. Dat is niet nodig.”

 

GEDACHTESPRONG

Paula de Vree kreeg schrijfcoaching van Jongkind. Zij werd aangesteld bij de sectie postnatale cytogenetica in het Rotterdamse Erasmus MC om klaarliggende resultaten in artikelen om te zetten, maar had geen ervaring met publiceren. Vanwege de verhoogde tijdsdruk besloot haar begeleider Pino Poddighe schrijfcoach Jongkind in te zetten. De Vree: “De samenwerking met Liesbeth Jongkind heeft me echt eyeopeners gegeven. Ik maak vaak zulke grote gedachtesprongen dat ik niet meer doorheb dat mijn verhaal niet logisch is.” Volgens Jongkind zijn dergelijke denkfouten zoals De Vree maakt karakteristiek voor wetenschappelijke publicaties.

Vaak is het nog veel erger: “Het lijkt allemaal zo abstract mogelijk te moeten”, beklaagt Jongkind zich. “Maar waarom zou je iets onleesbaar opschrijven, als het met dezelfde inhoud ook leesbaar kan?”

Medema herkent het wel: wollig en ingewikkeld taalgebruik, om maar niet te simpel over te komen. “Veel collega’s schrijven hun artikelen voor hun worst feared opponent, de grootste concurrent in het veld”, zegt hij, “wat de toegankelijkheid niet ten goede komt.” Wat dat betreft zou volgens Medema het inschakelen van een revisiebureau als Blue Pencil Science wel winst kunnen opleveren voor de wetenschap.

 

NOODBUDGET

Als echte Hollander plaatst Medema wel zijn kanttekeningen bij het inhuren van een revisiebureau. “Ik zou niet weten waar ik dit soort bestedingen van moet betalen. De onderzoeksbudgetten worden alsmaar krapper, terwijl de kosten stijgen. Zoeits kan ík in elk geval niet verantwoorden.”

De Rotterdamse Poddighe signaleert hetzelfde probleem, ondanks dat hij zeer tevreden is met de diensten van Jongkind. “Omdat een collega van mij ziek werd, kwam er een soort noodbudget vrij om Jongkind in te huren. Anders was er waarschijnlijk geen geld voor haar geweest.”

Kim probeert zijn klanten ervan te overtuigen dat zijn diensten hen juist geld bespáren. “De 200 dollar die wij gemiddeld per artikel rekenen is een schijntje op het totale onderzoeksbudget. Voor dat geld is een publicatie eerder klaar en is de kans groter dat deze meteen wordt geaccepteerd.”

Ook Jongkind vindt dat ze haar geld waard is. “Ik zie mijn werk als het geven van een cursus. Na afloop hebben mijn klanten het trucje zelf onder de knie.” Zo bezien zou ze bijvoorbeeld kunnen worden betaald uit het budget voor ‘persoonlijke ontwikkeling’, dat tegenwoordig zo prominent in de academische CAO’s prijkt.

Voor de universiteiten is er in de praktijk weinig geld te besparen, omdat bijna iedere onderzoeker zijn artikelen in de avonduren en in de weekenden schrijft. Op die tijdstippen doet hij ook het correctiewerk van artikelen van anderen. Op het schrijven tijdens labtijd lijkt een taboe te rusten.

“Ik schrijf vooral thuis omdat ik daar minder afgeleid ben. Dat betekent niet dat ik schrijven geen belangrijk onderdeel van mijn werk vind”, licht Medema toe. Hij merkt wel dat veel van zijn pupillen tegen het schrijven opzien en liever wat langer in het laboratorium blijven staan. Medema gelooft daarom dat wetenschappers er iets aan hebben om van een communicatie-expert beter te leren schrijven.

De Utrechtse hoogleraar ziet het echter meer als een taak van de universiteit om voor de kosten op te draaien die hiermee gemoeid zijn. Hij zou zelf nooit een coach inhuren, of zijn artikelen domweg opsturen naar een editor. Liever ziet hij cursussen voor promovendi ontstaan, specifiek gericht op het opzetten van een goede structuur en het bepalen van de juiste inhoud van wetenschappelijke artikelen. Zolang de jonge onderzoeker maar zelf leert schrijven. “Anders zullen ze nooit zelfstandige wetenschappers worden.”

 

ZELF DOEN

De huiverigheid waarmee wetenschappers externe partijen benaderen komt vooral voort uit het principe: schrijven moet je zelf doen. Vanuit de academische wetenschap wordt dan ook altijd vol afschuw gekeken naar de farmaceutische industrie, die gespecialiseerde ghostwriters inzet om artikelen te schrijven over onderzoek waar ze verder niets mee te maken hadden. Vorig jaar ontstond er zelfs nog commotie toen bleek dat artsen hun naam te koop aanbieden om die boven artikelen te plaatsen waar ze niet eens aan hebben meegewerkt.

Zulke praktijken vinden ook de schrijfexperts Kim en Jongkind zeer onwenselijk. Kim vindt het ‘onethisch en onpraktisch’. “Het levert alleen maar problemen op voor de klant als die niet betrokken is bij het opschrijven van zijn resultaten.” Medema zou het als een enorme afstomping zien als wetenschappers in het kader van efficiency gedwongen worden om zich verder te specialiseren en het schrijven bijvoorbeeld over te laten aan ghostwriters. “Je kunt alleen nieuwe dingen ontdekken als je bij het hele wetenschappelijke proces betrokken bent.”

 

Bron: C2W Life Sciences

Auteur: Jop de Vrieze