Kind zet carrière in een ander licht

Kinderen verrijken je leven. Ervaringsdeskundigen zijn erg geneigd dat te bevestigen. Maar zij ervaren ook dat het hebben van kinderen de eisen die je aan je werk stelt verandert. En de eisen die je werk kan stellen aan jou.

Bij veel chemici dient een kinderwens zich aan in de tijd dat ook de carrière serieus vorm begint te krijgen. Hoe combineer je carrière en zorg voor een kind? In hoeverre lukt het om die zorg te delen met je partner? Moet je parttime gaan werken? Of moet toch een van de partners zich voornamelijk richten op de zorg- en opvoedingstaken, terwijl de ander voluit kan doorgaan in zijn werk? Drie ervaringsdeskundigen schetsen hun situatie.

 

JONG OUDER

Sommige mensen weten al jong heel zeker dat ze ooit een gezin willen stichten. Zoals Ludo Juurlink, onderzoeker en docent bij Universiteit Leiden: “Al heel jong zag ik mezelf met een gezin van vier kinderen. Misschien omdat ik zelf in zo’n gezin ben opgegroeid.’’

Anderen merken gaandeweg dat ze klaar zijn voor het ouderschap. Hilde Zwaan-Van der Plas, opleidingscoördinator bij de Holland Research School of Molecular Chemistry (HRSMC) aan de Universiteit van Amsterdam: “Toen een goede vriendin van me haar derde kindje kreeg, veranderde er iets in me. Bij haar eerste en tweede kindje was ik alleen maar blij voor haar. Maar bij haar derde kindje kwam daar ineens iets bij. Een soort jaloezie bijna. Opeens wist ik zeker: ik wil ook een kindje.’’

Dat is meteen zo’n beetje alle argumentatie voor het krijgen van kinderen. En dat is maar goed ook, vindt Karin Dirix, teamleider Chemical Reaction Engineering bij Akzo Nobel. “Wees blij dat het geen rationele keuze is. Anders zouden waarschijnlijk veel mensen besluiten er maar niet aan te beginnen.”

 

INGRIJPEND

De gevolgen van ouderschap kunnen ingrijpend zijn. Toch ervaart niet elke jonge moeder dat zo. Zwaan (29) werkte fulltime als scientific external relations manager bij Proctor & Gamble. “Ik zag vooral vrouwelijke collega’s worstelen met de balans tussen werk en kinderen. Ik zag dat ik minimaal 80 procent moest blijven werken om mijn werk goed te kunnen doen.” Zwaan wilde echter naast het moederschap niet bijna fulltime blijven werken. Bovendien kreeg haar man de kans om partner te worden in het makelaarskantoor waar hij werkt. Maar dat zou dan wel de consequentie hebben dat hij meer dan fulltime zou moeten blijven werken.

Het paar besloot tot de meest pragmatische oplossing. Zwaan nam eerst een korte sabbatical. “Zo kon ik in alle rust zwanger worden en zijn. De eerste maanden was het wel wennen thuis. Maar ik kwam wel eindelijk weer eens aan wat sociale activiteiten toe en ik kon mijn hobby, fotografie, oppakken. En toen Samuël geboren was, werd hij natuurlijk de voornaamste hobby.”

 

SNELLER DAN GEDACHT

Zwaan is sinds een halfjaar weer aan het werk. Dat is sneller dan ze had gedacht. “Ik zag maar weinig mogelijkheden voor parttime banen die nog iets met scheikunde te maken hebben. Maar toen deze baan als opleidingscoördinator zich aandiende, heb ik meteen gesolliciteerd.” Nu werkt ze twee dagen in Amsterdam, een halve dag thuis en is ze de rest van de week ook thuis bij de nu zestien maanden jonge Samuël. Het kind gaat één werkdag naar de crèche en de oma’s verzorgen hem anderhalve dag.

Met haar verdere carrière is Zwaan momenteel niet zo bezig. “Ik heb net een nieuwe baan, ben net moeder en pas verhuisd. Ik vind het momenteel wel goed zo. Ik zal in de toekomst vast wel blijven werken. Maar ik kijk niet uit naar fulltime banen op zwaardere functies. Over een paar jaar gaat Samuël naar school. Dat wil ik ook meemaken. Ik zie mezelf nog wel eens als leesmoeder. Succesvol zijn staat voor mij niet gelijk aan een enorme carrière. Ik kijk naar de balans tussen werk en gezin.”

 

80 PROCENT MINIMUM

Karin Dirix (41) is moeder van Lian (7) en Celine (5). Zij en haar man werken allebei fulltime. Tot Celine naar school ging heeft Dirix 80 procent gewerkt. “Dat is in functies als de mijne het minimum. Bij minder uren ga je naar lichtere functies.’’

Het managen van een team van tien onderzoekers kost Dirix naar eigen zeggen minder moeite dan het managen van haar kinderen. “Mijn mensen kun je managen op resultaat. Kinderen moet je opvoeden. Dat vergt veel meer.”

Het managen van het gezin komt volgens Dirix in haar situatie neer op ‘heel veel regelen’. Zeker nu de kinderen wat ouder worden. “We hebben praktisch vier agenda’s. Wie werkt wanneer, wie speelt bij wie, wie gaat wanneer naar zwemles…”

Kinderen en carrière gaan wat Dirix betreft nu prima samen. Maar het helpt wel als je vooraf al een tijdje aan je loopbaan hebt gewerkt. “Je moet een bedrijf een beetje kennen om te weten wat de mogelijkheden zijn. Ik heb bijvoorbeeld ook bij Engineering gewerkt. Collega’s daar gaan regelmatig naar het buitenland. Dat lijkt me moeilijk te combineren met een gezin.’’ In haar huidige functie kan Dirix, als haar gezin dat nodig heeft, een middag thuis gaan werken of verlofdagen opnemen. In een omgeving van collega’s en leidinggevenden die zelf ook kinderen hebben, ervaart zij daar alle begrip voor.

 

VERSCHEURD

Juurlink (34) worstelt nog met het ouderschap. Dochter Mare is net een jaar geworden en vader Juurlink voelt zich nog regelmatig verscheurd tussen kind en carrière. “Het is hartstikke leuk om vader te zijn. Ik wil daar graag ruim de tijd voor nemen. Ik heb één dag in de week ouderschapsverlof. Maar in de praktijk komt dat neer op 5 procent salaris in­leveren om een dag thuis te mogen werken. Dat doe ik niet nóg eens. Ik vind het een moeilijke combinatie. Want ook mijn baan is fantastisch, maar vraagt veel van me. Zeker als ik mijn werk wil doen zoals ik het van mezelf verwacht. Ik werk vaak 60 uur per week. Veel van mijn collega’s werken ook zo hard. Mijn vrouw kan haar werk iets flexibeler indelen. Zij doet thuis ook meer dan ik.’’

Juurlink geeft aan niet te kunnen kiezen en zowel van zijn gezin als van zijn werk niets te willen missen. Anders dan Dirix en Zwaan heeft hij echter wel een duidelijk beeld van de toekomst van zijn carrière: “Ik wil doorgroeien zover het kan. Niet voor een titel of een managementfunctie, want ik wil het directe contact met het onderzoek niet graag kwijt. Maar ik zou best nog eens onderwijsdecaan willen zijn en echt een bijdrage leveren aan de koppeling tussen academisch onderwijs en onderzoek.’’

 

Bron: C2W Carrière Magazine

Auteur: Harmen Kamminga