Niks menselijks is apen vreemd

Leiders zijn dominant en agressief. Dat geldt voor dieren en mensen. Maar samenwerken, relaties opbouwen en verzoening zoeken zijn net zo goed natuurlijke eigenschappen.

Topmensen uit het bedrijfsleven spiegelen zich graag aan de natuur. Het is tenslotte eten of gegeten worden, ook in het internationale zakenleven. Managers zien zichzelf dan ook als de roofdieren, waarbij de baas de alpha male is – de onverschrokken leider van de troep. De alfa heeft het goed voor elkaar; hij krijgt het beste voedsel en de mooiste vrouwtjes. Die positie krijgt je niet door aardig te zijn. Je moet de macht met geweld veroveren op andere leden van de groep en als je eenmaal de baas bent iedereen flink onder de duim houden. Zo gaat het ook bij chimpansees, de agressieve machtswellustelingen die evolutionair gezien het dichtst bij ons staan. En dus gedragen topmanagers zich als onbehouwen rotzakken en daar zijn ze nog trots op ook. Het is namelijk volledig natuurlijk gedrag.

 

BEDRIJFSAAP

In zijn boek Gorilla’s in krijtstreep trekt de Amerikaanse journalist en scriptschrijver Richard Conniff parallellen tussen de groepsdynamiek van apen en het gedrag van mensen op de werkvloer – de ‘bedrijfsapen’. Hij koppelt de ervaringen van mensen met hun baas of collega’s aan inzichten van een keur aan wetenschappers, onder wie psychologen, sociologen, organisatiedeskundigen, economen en vooral biologen.

Conniff put rijkelijk uit de bevindingen van primatoloog Frans de Waal. Het werk van De Waal, die groepen chimpansees en bonobo’s uitvoerig heeft geobserveerd, laat zien dat apen onderling zeer complexe relaties hebben en dat de eigenschappen die wij als typisch menselijk zien helemaal niet exclusief aan ons voorbehouden zijn. Agressie, conflicten en dominant gedrag zijn normale verschijnselen bij apen, maar even gewoon zijn empathie, verzoening, hulp aanbieden en samenwerken. Wil de bedrijfsaap succesvol zijn, dan moet de ‘zachte’ kant van onze natuur niet genegeerd worden, stelt Conniff.

 

MACHT

Als je baas de pretentie heeft een alfa te zijn, dan heb je het zwaar te verduren getuige de vele real life stories van werknemers. Ongecontroleerde woedeuitbarstingen, publieke vernederingen en dreigementen horen er allemaal bij. Zo laat de alfa zien dat hij de baas is en niemand anders. Het vertoon van macht neemt soms bizarre vormen aan.

Conniff presenteert hilarische anekdotes waarin managers compleet onbeschoft gedrag laten zien onder het motto ‘ik ben de baas en ik kan doen wat ik wil’. Dus werken ze luid smakkend rauwe uien naar binnen tijdens vergaderingen, peuteren obsceen in hun oor, laten ongegeneerd winden of de absolute topper: ze vragen medewerkers aan hun voeten te ruiken omdat die de geur van aardbeientaart hebben! De verhalen hebben echter betrekking op de topmensen van het Amerikaanse bedrijfsleven. Blijkbaar schop je het ver als ‘wild beest’.

Toch loont het op de langere termijn niet om je positie te baseren op het continu intimideren van ondergeschikten, zegt Conniff. Als je het echt te bont maakt, verlies je de steun van de groep. En hoe graag mensen aan de top ook willen geloven dat ze die steun niet nodig hebben, macht heb je alleen maar als anderen die erkennen.

Apen laten het duidelijk merken als ze vinden dat de alfa te ver gaat. Ze gaan bijvoorbeeld het slachtoffer van zijn uitbarstingen troosten, stellen zich fysiek rond een rivaal op of beginnen allemaal luidkeels te schreeuwen. Wil de alfa zijn positie behouden, dan moet hij inbinden en het goedmaken met het slachtoffer. De gedachte dat verzoening zoeken een teken van zwakte is en tegen de natuur indruist, wordt door primatologen weersproken. Na een conflict zullen rivaliserende mannetjes zich altijd verzoenen. Dat is nodig om de rust in de groep te laten weerkeren en daar is iedereen bij gebaat.

 

HIERARCHIE

Inspelen op angst is erg onverstandig, want het kan het bedrijf in grote problemen brengen. Ex-werknemers van bedrijven die door schandalen ten onder zijn gegaan, zoals Enron en Parmalat, vertellen dat er een dusdanig verziekte angstcultuur heerste dat medewerkers liever een fout maakten dan om advies bij hun manager gingen vragen. Dan kon je namelijk je biezen wel pakken. Wil de alfa op de hoogte blijven van wat er binnen het bedrijf speelt, dan zijn goede relaties met de ondergeschikten cruciaal. Dat betekent niet dat een egalitaire structuur de beste organisatievorm is. Integendeel, hiërarchie is volgens Conniff juist heel nuttig en niet alleen voor de baas.

Dieren die in groepen leven, kennen strikte hiërarchieën. Dat werkt uitstekend zolang iedereen zich aan de regels houdt. Een sterke, onbetwiste leider zorgt ervoor dat de groep een goed territorium heeft en houdt indringers en belagers op afstand. Voor zwakkere of lager geplaatste individuen betekent een sterke leider voedsel en bescherming. Bij mensen werkt dat niet anders. Een goede manager creëert de juiste omstandigheden zodat het bedrijf optimaal functioneert en daar profiteren alle medewerkers van. Maar hoe combineert die goede baas zijn neiging tot alfagedrag – anders kom je echt niet aan de top – met die andere noodzakelijke eigenschappen als het vermogen tot sympathie winnen en vertrouwen kweken?

Conniff hanteert in zijn boek voornamelijk het perspectief van de ondergeschikte, maar eindigt met een aantal ‘Lessen in leiderschap voor effectieve apen’. De mooiste uit het rijtje: Deel het succes. Volgens Frans de Waal vallen alfa’s onder de apen op door wat ze geven aan de groep, in plaats van wat ze nemen. Managers die de natuur als inspiratiebron zeggen te gebruiken, hebben in de praktijk eigenlijk geen idee hoe het er bij onze naaste verwanten aan toe gaat, vindt Conniff. Zijn boek is in ieder geval een goed begin voor managers en andere bedrijfsapen met ambitie.

 

Richard Conniff, Gorilla’s in krijtstreep (vertaald uit het Engels, The ape in the corner office), uitgeverij Business Contact, ISBN 90-470-0221-0

 

Auteur: Esther Thole