Netwerken in zeven stappen

Van de ervaren werknemers vindt driekwart een nieuwe baan via een netwerk. Van de starters slechts acht procent. Reden genoeg om snel aan je netwerk te werken.

“Veel wetenschappers vinden netwerken een eng woord. Het zou iets zijn met studentenverenigingen, kruiwagens en vriendjespolitiek. Zo is me tijdens een workshop ooit gevraagd: ‘Heb je ook nog normale sociale contacten?’ Toen heb ik uitgelegd dat ik mensen niet alleen ontmoet omdat ze iets te bieden hebben, maar dat het wel handig is als ze me later kunnen vertellen da t ergens een vacature vrijkomt.”

Aan het woord is Terry Vrijenhoek. Zelf omschrijft hij zich als ervaringsdeskundige in netwerken. Hij is in ieder geval deskundig genoeg om workshops netwerken te geven namens GeNeYouS (een netwerk voor jonge wetenschappers) en voorheen ook voor de organisatie Science’s Next Wave. Zijn huidige aio-baan bij antropogenetica heeft hij gekregen door zijn netwerkactiviteiten. Zoals de Amerikaanse schrijver James Allen tweehonderd jaar geleden al concludeerde: ‘A particular train of thought or action persisted in, be it good or bad, cannot fail to produce its results on one’s circumstances. A man cannot directly choose his circumstances, but he can choose his thougts and actions which so indirectly, yet surely, shape his circumstances.’

 

1) ANALYSEREN

“Ik wil waarschuwen voor de willekeur van netwerken. Sommige mensen willen iedereen leren kennen en rennen op borrels van de een naar de ander, maar dat heeft niet veel zin”, vertelt Vrijenhoek. Gericht netwerken gaat een stuk beter. En daarvoor is het handig om de structuur van netwerken te ontrafelen. Netwerken bestaan uit clusters van collega’s, kennissen of vrienden, zoals de medewerkers van een wetenschappelijke afdeling.

Binnen netwerken spelen twee soorten mensen een belangrijke rol: hubs en connectors. Hubs hebben een bijzonder grote agenda. Heeft de gemiddelde mens tweehonderd tot driehonderd contacten, een hub als de Amerikaanse president Roosevelt had bij zijn dood 22.000 namen in zijn adresboekje staan. Met één hub als Roosevelt heb je toegang tot de rest van de wereld.

Connectors hebben geen uitgebreid netwerk, maar beschikken wel over bijzondere contacten. Ze kennen iemand buiten de gebruikelijke kliek. Daardoor bieden ze toegang tot andere netwerkclusters, bijvoorbeeld een onderzoeksgroep in Australië. Connectors vormen een poort naar een andere wereld, misschien wel de wereld waar jij zo graag wilt werken.

 

2) INVENTARISEREN

Iedereen heeft een netwerk. Zelfs als je vers uit de opleiding komt rollen, beschik je al over zakelijke contacten. En omdat deze personen jou ook kennen, is dat de makkelijkste manier om je eigen netwerk op te bouwen. Vrijenhoek: “Je moet terug naar je roots, naar je laatste professionele contacten. Zo kun je bijvoorbeeld een informele e-mail sturen naar de professor bij wie je bent afgestudeerd. Waarschijnlijk duurt het wel even voor je antwoord hebt, dus kun je tevens contact opnemen met collega’s van de afdeling. Ook zij kunnen je op de hoogte brengen.”

Maak een lijst van stage- en scriptiebegeleiders. Staan er hubs of connectors op je lijstje? Of staan er personen op die je toegang bieden tot deze mensen? Je zou zelfs een database kunnen aanleggen van contactpersonen. Vrijenhoek: “Sommige mensen kunnen van nature makkelijk onthouden wie ze ontmoet hebben. Zelf ben ik daar niet zo goed in, maar het valt te trainen. Ik schrijf op visitekaartjes waar ik mensen van ken, hoe ik ze heb leren kennen, en wat we voor elkaar kunnen betekenen. Als je later een mail stuurt en je kunt daarnaar refereren, staat dat heel scherp”

 

3) INPLUGGEN

Wat is makkelijker dan inpluggen op een bestaand netwerk? Beroepsverenigingen en alumniverenigingen bieden je toegang tot een netwerk van gelijkgestemden. Voor jonge levenswetenschappers bestaat het netwerk GeNeYouS, waarvan Vrijenhoek communications officer is. “In de wetenschap kent de gevestigde orde elkaar wel. Maar aio’s en postdocs werken vooral op het eigen lab. Dit netwerk brengt jonge onderzoekers die werken in de life sciences met elkaar in contact.”

De professionele variant van het kant-en-klare netwerk vormt het recruitmentbureau. Zulke organisaties zijn echte connectors. Ze beschikken over een uitgebreid netwerk van bedrijven en andere potentiële werkgevers, waarmee ze jou in contact kunnen brengen. Vrijenhoek: “Recruiters worden steeds belangrijker. Ze kunnen jou persoonlijk begeleiden en stellen je voor aan een geschikt bedrijf. Meestal hebben ze een uitgebreide intake, waarbij je er achter kunt komen wat je nu echt wilt.”

 

4) BEZOEKEN

Congressen en career events vormen volgens Vrijenhoek de ideale gelegenheid om je netwerk verder uit te bouwen. “Bij dit soort evenementen kom je steeds hetzelfde clubje tegen. Zo leer je vakgenoten kennen. Voor ik naar een congres ga, zoek ik uit wie ik graag wil spreken, wie zich met mijn vakgebied bezighoudt en wie de hotshots zijn. Die kun je bijvoorbeeld ontmoeten tijdens de lunch, of je gaat achter ze staan in de rij.”

Zelf heeft Vrijenhoek zijn baan gevonden op een career event – de Job Opportunity Market van het Nijmegen Centre of Molecular Life Sciences. “Ik kwam daar als verslaggever voor Science’s Next Wave. Ik kwam daar zo’n interessant project tegen, dat ik ’s middags met de projectleider ben gaan praten. Dat is geen officiële sollicitatie, maar je hebt wel een kans om zonder druk te vertellen wat jij belangrijk vindt. De groepsleider op zijn beurt kan vertellen hoe het onderzoek in zijn werk gaat. Daarna kan nog een officiële sollicitatie volgen.”

 

5) INVESTEREN

Voor alle netwerken geldt dezelfde regel: het zijn geen groepen die jou een baan kunnen geven, maar het zijn dynamische structuren waar je deel van uitmaakt, en uiteindelijk zal jij beoordeeld worden op wat je bijdraagt aan die groep. “Mensen hebben het snel door als je alleen maar neemt. Als je slechts informatie binnenhaalt, zullen je contacten voorzichtiger worden. Door iets bij te dragen aan het netwerk kunnen potentiële werkgevers bijvoorbeeld zien wat je allemaal kan. Geven betekent niet dat je iets kwijtraakt. Als ik bijvoorbeeld workshops geef voor GeNeYouS, dan is de organisatie blij met mijn inspanningen. Maar zelf vind ik het ook heel leuk om te doen. En door van tevoren tijd te investeren, ben ik in staat om beter advies te geven aan aio’s.”

 

6) OPVALLEN

Opvallen is het gevolg van investeren: als je laat zien wat je waard bent, zullen mensen je naam beter onthouden. “Het heeft geen zin om geel briefpapier en een blauwe envelop te gebruiken, of een striptease op te voeren om de aandacht op jezelf te vestigen tijdens een career event. Je moet van je eigen kracht uitgaan, dat wordt vaak vergeten. Zelf kan ik me bijvoorbeeld voorstellen door het visitekaartje van GeNeYouS te geven en te vertellen wat we doen. Maar je kunt ook vertellen over je laatste stage en vragen of het bedrijf daar iets aan heeft.”

 

7) UITBREIDEN

“Je netwerk onderhouden betekent niet dat je iedereen elke week een e-mail moet sturen. Met sommige mensen heb je meer contact dan met anderen. Wel is het belangrijk om geen steken te laten vallen, om zaken netjes af te ronden”, vertelt Vrijenhoek. Hij benadrukt het belang om op verschillende fronten tegelijk actief te zijn. “Je ziet het vaak bij sollicitaties. Omdat sollicitanten het resultaat afwachten, laten ze die andere leuke vacature schieten. Je kunt natuurlijk inzetten op één persoon, maar als die het laat afweten ben je nog geen stap verder.”

Je netwerk onderhouden en uitbreiden vormt de sleutel tot succes. Uitbreiden is de som van alle vorige stappen. Dus stuur die sollicitatiebrief, bel die oud-collega, bezoek dat congres, speur vacaturesites af en houd je adresbestand nauwkeurig bij. Netwerken is net als autorijden. In het begin lijkt het ingewikkeld, maar als je het eenmaal kunt, doe je het zonder erbij na te denken, en kom je snel op de gewenste bestemming.

 

Auteur: Gijs van Hengstum