Diversiteit in de praktijk

Hogeropgeleide allochtonen zijn vaker werkloos, zoeken langer naar werk en werken vaker onder hun opleidingsniveau, constateert de Raad voor Werk en Inkomen. In Nederland is er nog steeds sprake van een onderbenutting van allochtoon talent. In het eerste deel van een tweeluik over diversiteit de praktijk bij ExxonMobil.

“Succesvolle bedrijven weerspiegelen de samenleving. Ze bundelen het beste van mannen en vrouwen, nieuwkomers en autochtonen, jongeren en ouderen, van mensen met verschillende overtuigingen, voorkeuren en vaardigheden.” Dit zei prinses Máxima bij de opening van het nieuwe studiejaar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Recent onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) laat echter zien dat dit ideaal nog niet is bereikt. De arbeidsdeelname van hoogopgeleide allochtonen is nog redelijk laag.

  “Wat is laag en wat is hoog?”, vraagt Nelo Emerencia, public affairs manager bij ExxonMobil in Nederland, zich af op de vraag of hij ook iets merkt van een arbeidsmarktachterstand van allochtone hoogopgeleiden. Emerencia geeft toe dat in absolute getallen het aantal hoogopgeleide allochtone werknemers bij ExxonMobil laag is. “Maar hier denken we niet in dat soort termen”, geeft hij aan in een reactie op het huidige beleid van verschillende organisaties om bewust participatie van minderheden te stimuleren.

  Veel multinationals, waaronder Shell bijvoorbeeld, hanteren tegenwoordig een actief diversiteitbeleid. Ook overheidsinstanties hebben een sollicitatiebeleid gericht op een divers werknemersbestand. “Wij selecteren mensen op basis van een equal employment opportunity beleid”, vertelt Emerencia. “Werknemers worden puur op basis van hun talent en kunnen geselecteerd en niet op basis van hun achtergrond. Het maakt niet uit of je geel, bruin, paars, dik of dun bent”, zegt Emerencia stellig. “We kijken naar kwaliteit.”

 

ACHTERSTAND

  ExxonMobil houdt zich wel degelijk bezig met maatschappelijke kwesties. Zo ondersteunt het bedrijf dit jaar de stichting B for You. Die stichting ontwikkelt programma’s voor Rotterdamse jongeren tussen de acht en achttien jaar die een achterstand hebben opgelopen (op sociaal, emotioneel of onderwijsgebied). De jongeren worden dan gekoppeld aan een mentor uit bijvoorbeeld het bedrijfsleven. Het grootste deel van die jongeren is van allochtone afkomst.

  Ook heeft ExxonMobil een van de eigen medewerkers, toevallig van Surinaamse afkomst, ondersteund die heeft meegedaan met een project voor vrouwen in de techniek. Emerencia geeft aan dat ExxonMobil openstaat voor alle initiatieven die bijdragen aan het vergroten van de kansen voor minderbedeelden in de maatschappij. “Zolang het maar goede projecten zijn.” De eigen bedrijfscultuur denkt echter enkel in termen van kwaliteit en capaciteit, onderstreept hij. Het is hierdoor dat de op Aruba geboren Emerencia met een resolute ‘nee’ antwoordt op de vraag of hij tijdens zijn carrière ooit cultuurgebonden beperkingen heeft ervaren. “Ik werk al 32 jaar bij dit bedrijf en heb op geen enkel moment ooit een beperking ervaren.”

 

GEEN BEPERKINGEN

  De invloed van discriminatie op de deelname van allochtonen lijkt een redelijk ongrijpbare factor. De RWI geeft aan dat het zeker wel een rol speelt, maar dat het minder dominant is dan de factoren die hij in zijn rapport opnoemen, zoals taalachterstand, mindere algemene kennis, gebrekkig netwerk en te bescheiden opstelling. Verder merkt de raad op dat veel allochtonen aangeven dat etnische afkomst en huidskleur een rol spelen bij het solliciteren, maar minder dan opleiding en motivatie. Enkele door C2W ondervraagde hoogopgeleiden van buitenlandse afkomst gaven ook allemaal aan dat ze tijdens hun carrière geen beperkingen hebben ervaren vanwege hun etnische afkomst.

  Persoonlijk ziet Emerencia geen kwaad in allochtoongerichte projecten, zoals de Mozaïeksubsidie van NWO die talentvolle allochtonen de kans geeft en stimuleert om zich te ontwikkelen. Hij vindt wel dat dit op basis van kwaliteit moet zijn. “Het moet niet een of andere willekeurige allochtoon zijn die van de straat wordt opgepikt.”|

Nelo Emerencia werkt inmiddels bij de VNCI

 

KADER

 

ALLOCHTOON OF GEEN ALLOCHTOON?

Ondanks het veelvuldige gebruik de laatste tijd lijkt het woord ‘allochtoon’ een nogal vaag en moeilijk te definiëren omschrijving van een niet-homogene groep mensen. Het stigma dat tegenwoordig op het woord rust, maakt het gebruik ervan ook nog complexer. Het NWO gebruikt bijvoorbeeld liever de omschrijving ‘kleurrijk talent’. Er zijn verder verschillende definities in de omloop. Het rapport van het RWI, opgesteld door Regioplan, maakt onderscheid tussen westerse en niet-westerse allochtonen. De niet-westerse allochtonen zijn onderverdeeld in de ‘grote vier’, Turken/Marokkanen, Antillianen/Surinamers en overige niet-westerse allochtonen. De Grote Van Dale is snel klaar met de omschrijving: ‘Van elders afkomstig’. Uit de politieke hoek is soms ook de omschrijving ‘Nieuwe Nederlanders’ te horen.

 

Bron: C2W

Auteur: Akueni Davelaar