Kredietcrisis als ‘opening naar een nieuwe tijd’

Technologische vernieuwing is dé panacee om uit de kredietcrisis te komen. Daar waren alle ministers en directeuren het over een eens tijdens de Innovatieproeftuin 2008, vorige week inde Van Nelle Fabriek in Rotterdam.

Bert Heemskerk, bestuursvoorzitter van de Rabobank, was het stelligst: ‘Dit is dé manier om uit de recessie te komen. Als we op deze weg doorgaan, zijn we er over een half jaar uit.’

 

Anderen, inclusief premier Jan-Peter Balkenende, verpakten hun peptalk in iets genuanceerdere bewoordingen, maar vrijwel alle ministers en captains of industry die aan het woord kwamen tijdens de Innovatieproeftuin 2008, vorige week door 2500 mensen bezocht in de Van Nelle Fabriek in Rotterdam, wensten uit te stralen dat technologische vernieuwing een belangrijke sleutel is tot het weer op gang helpen van de economie.

 

Heemskerk had als juryvoorzitter ook de taak opwekkende woorden te spreken tot de tien genomineerden voor de innovatieprijs die zijn bank sinds 2002 uitreikt en die genoemd is naar Herman Wijffels, voormalig topman van de bank, nu bewindvoerder bij de Wereldbank en architect van het huidige kabinet. Winnaar dit jaar werd de SensOor van Agis Automatisering, een sensor in het oor van koeien die continu de temperatuur meet om zo mogelijke ziekten en het juiste moment voor inseminatie vast te stellen. Er waren in totaal vierhonderd inzendingen, anderhalf keer zoveel als vorig jaar.

 

Wijffels zelf was aanwezig bij deze editie en brak een lans voor duurzaamheid: ‘De huidige crisis is een groot probleem, maar ook een opening naar een nieuwe tijd. Nu we via overheidsinventies de economie stimuleren, gaat mijn voorkeur uit naar een innovatieve lijn. Als ambtenaar in de jaren zeventig bewaar ik geen goede herinneringen aan de lijn van toen, het op grote schaal steunen van bedrijven. Daar moeten we terughoudend in zijn, met uitzondering van de financiële sector, dat is een geval apart.’

 

Hij onderkent het risico dat bedrijven juist de neiging zullen hebben om te bezuinigen op hun R&D, omdat die op korte termijn geen geld oplevert. Vandaar dat de overheid juist daarop zou moeten sturen. Als voorbeeld noemt hij de tot voor kort overbelaste bouwsector, die nu door de crisis tot stilstand dreigt te komen. ‘Waarom zouden we nu niet de ruimte die daar ontstaat gebruiken om tot innovatie te komen?’

 

EZ-minister Maria van der Hoeven, onlangs nog in het nieuws omdat zij de banken ervan beschuldigde onvoldoende aan kredietverstrekking te doen, prees het initiatief: ‘Banken hebben ook een maatschappelijke taak. Daarom ben ik blij dat de prijs bestaat. Innovaties moeten zichtbaar gemaakt worden, want veel mensen hebben geen idee wat er allemaal gebeurt.’

 

De Innovatieproeftuin had tot doel talloze initiatieven zichtbaar te maken. Naast tientallen lezingen was er een beurs waarop vooral overheidsinstanties hun stimuleringsprogramma’s voor het voetlicht brachten, zoals stichting Brainport, een initiatief van overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de regio Eindhoven om de hightech daar te bevorderen. Dat gebeurt niet door directe steun aan bedrijven, maar door het gericht bevorderen van gunstige omstandigheden op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, arbeidsmarkt en infrastructuur.

 

‘Wij zijn 25 jaar geleden ontstaan, ook onder moeilijke economische omstandigheden’, aldus directeur Elies Lemkes-Straver. ‘Nu staat de maakindustrie weer onder druk. Zelfs de R&D dreigt weg te stromen. Dat ga je alleen tegen door een open, innovatief ecosysteem te creëren, waarin de overheid een actieve rol heeft als bemiddelaar. Het cluster automotive dat we in de regio hebben, is bijvoorbeeld het resultaat van een gerichte inspanning. Hetzelfde geld voor de Hightech Campus. Het vergde een grote omslag van het vanouds gesloten Philips Natlab om in een open omgeving te werken, maar het werpt zijn vruchten af.’

 

Minister Ronald Plasterk van OC&W lanceerde tijdens de Innovatieproeftuin Wikiwijs, een website waar docenten gezamenlijk lesmateriaal kunnen schrijven. Later benadrukte hij in discussie met Van der Hoeven een element dat voor de innovatoren zelf vaak van doorslaggevend belang is: ‘Innoveren is leuk om te doen. Ik had als onderzoeker zelf een aantal patenten en eentje daarvan leverde mij vijf euro per jaar op. Daar was ik erg trots op, want er was een bedrijf dat iets deed met mijn uitvinding.’

 

Auteur: Christian Jongeneel

zaterdag 13 december 2008

Bron: Technisch Weekblad