Promovendus in de knel

Problemen op je werk zijn altijd vervelend, maar als promovendus ben je extra kwetsbaar. Des te meer reden om er niet in je eentje over te blijven tobben.
“Tijdens mijn vakantie besloot het bedrijf waar ik mijn promotieonderzoek uitvoerde geen onderzoek meer te doen.” Na zijn studie scheikunde was Bert (gefingeerde naam) begonnen aan zijn promotie­onderzoek bij een jong bedrijf dat was opgestart door zijn promotor. “Eerst was the sky the limit. Totdat het management besefte dat R&D erg duur is en niet meteen veel oplevert. Dat was ongeveer halverwege mijn promotietermijn. Ik had dus geen promotieonderzoek meer.”

Het management besloot om Bert en enkele collega’s onder te brengen bij de academische instelling van zijn promotor. Een nieuwe plek, waar geknokt moest worden voor ruimte en budget, en een promotieonderzoek dat van richting moest veranderen. Al met al genoeg problemen voor een promovendus die de tijd ziet voortschrijden. De klapper was echter dat de promotor na een paar maanden aankondigde dat hij iets anders ging doen. Zijn groep nam hij niet mee. En de begeleiding dan? “Ach, die begeleiding was toch al niet heel intensief. Hij las nog wel mee met artikelen, maar van frequent contact was geen sprake.” Een bijzonder verhaal, maar helaas geen uitzondering. Klachten over de gebrekkige begeleiding van promovendi zijn niet nieuw.


CONFLICT

Als promovendus ben je uiteindelijk afhankelijk van je promotor en een verstoorde relatie kan daarom ernstige gevolgen hebben. “Ik ken een geval uit het afgelopen jaar waarin een conflict volledig geëscaleerd is”, zegt Marijke Leliveld, voorzitter van het Leids Promovendi Overleg (LEO) en voormalig bestuurslid van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). “Uiteindelijk heeft de promovendus het bijltje erbij neergegooid. Hij heeft nu een leuke baan, waar hij blij mee is, maar het is natuurlijk een heel slechte zaak.”

Dit verhaal is door LEO meegenomen in de gesprekken met decanen en de rector magnificus om daarmee het probleem duidelijk zichtbaar te maken. “De rector schrok erg van dit verhaal”, zegt Leliveld. Gelukkig eindigt niet ieder conflict zo drastisch, maar het is lastig om boven tafel te krijgen hoeveel promovendi in conflict raken met hun begeleider en wat de aard van de problemen is. Leliveld: “Mensen proberen het vaak alleen op te lossen. Ze twijfelen eraan of het wel echt een probleem is, of het niet aan henzelf ligt, of ze zich niet aanstellen.”


KWETSBAAR

Er zijn promovendi die wel de stap naar externe hulp zetten. Marijke Dam, vertrouwenspersoon van de Rijksuniversiteit Groningen: “Ik word regelmatig geconfronteerd met promovendi die uiteen­lopende problemen hebben in hun werksituatie. Meestal blijkt dan dat de relatie tussen de promovendus en de begeleider niet lekker loopt.”

Eenmaal geïnformeerd gaat Dam zeer voorzichtig te werk. “Het is een uiterst gevoelige relatie. De promovendus is heel kwetsbaar en als het fout loopt trekt die meestal aan het kortste eind. Ik blijf zo veel mogelijk op de achtergrond en kaart het probleem via de decaan aan. Dat werkt prima.” Om goed te kunnen opereren, is het belangrijk te weten hoeveel ruimte ze heeft. “Mijn eerste vraag aan een promovendus is dan ook altijd: wat wil je? Wil je promoveren of zal dat je worst wezen en wil je dit conflict uitvechten? In het eerste geval zal ik namelijk voorzichtiger te werk moeten gaan dan in het tweede.”

Het is voor de promovendus belangrijk om ook zelf goed te reflecteren over de situatie. Dam: “Kijk, je promotietraject is maar tijdelijk en je relatie met je promotor dus ook. Denk goed na over wat je zelf wilt en welke gevolgen je wilt aanvaarden.” Bert koos voor de pragmatische

eerste optie. “Ik had inmiddels al drie jaar geïnvesteerd en niet al die ellende voor niks doorstaan. Bovendien, als je stopt heb je niks. Ik was daarom vastbesloten om het af te maken, linksom of rechtsom.”


VOORTGANGSGESPREKKEN

Een deel van het probleem komt voort uit het ontbreken van regelmatige voortgangsgesprekken, meent Leliveld. “Het is goed om in ieder geval eens per jaar een moment van bezinning te hebben. Nu gebeurt het nog vaak dat een promovendus pas tegen het eind van de termijn te horen krijgt wat er allemaal niet goed gaat. Ook het opstellen van een Ontwikkel- en Begeleidingsplan blijft vaak achterwege. Volgens de CAO moet het wel, maar in de praktijk gebeurt het nauwelijks.”

Een ander punt waar LEO op hamert is meer aandacht voor de rol van de begeleider. “Die rol wordt eigenlijk niet altijd heel serieus genomen”, aldus Leliveld. Een cursus voor debutantpromotoren zou een goed begin zijn. “In ieder geval een eenmalige bijeenkomst waar ze horen wat er zoal bij komt kijken. Dat zou al heel wat zijn.” En het is niet alleen in het belang van de promovendus, benadrukt Leliveld. “Met betere begeleiding van promovendi kan het rendement op promoties ongetwijfeld worden opgekrikt.”


Uiteindelijk is het met Berts promotie goed afgelopen. “Ik heb veel te danken aan mijn copromotor, die heeft zich hard voor me gemaakt en een jaar verlenging voor me kunnen regelen. Dankzij de promotie ben ik terechtgekomen waar ik nu zit en ik ben heel blij met mijn huidige werk.” Hij raadt andere promovendi daarom aan om vooral vooruit te kijken als ze in de problemen raken. Op de vraag of hij met een vertrouwenspersoon heeft gepraat, reageert hij verbaasd. “Dat is echt nooit bij me opgekomen.”


De stap naar een vertrouwenspersoon zet je niet gemakkelijk, weet ook Dam. En dat is zonde, want heel vaak lukt het toch om uit de conflictsituatie te komen. “Mijn ervaring is dat er heel veel mogelijk is. Het verbaast me elke keer weer dat het toch opgelost wordt.”


Promovendi Netwerk Nederland: www.hetpnn.nl

Portalsite over promoveren: proefschrift.startpagina.nl

Vertrouwenspersonen zijn te vinden via de universitaire websites

 

Auteur: Esther Thole